Gemeenten die een weg opnieuw inrichten, moeten voortaan beter rekening houden met de bus. Dat is het gevolg van een oproep die de provincie Zuid-Holland op verzoek van het CDA naar alle gemeenten in de provincie heeft gestuurd. Aanleiding is dat bussen steeds vaker vertraging oplopen doordat gemeenten wegen aanpassen voor de verkeersveiligheid, zonder oog voor de gevolgen voor het openbaar vervoer.
Reizigersorganisatie RHM (Reizigersoverleg Hollands Midden) signaleerde eerder dit jaar dat bussen in de regio Zuid-Holland Noord op steeds meer plekken niet meer op tijd rijden of zelfs helemaal niet meer kunnen rijden. De oorzaak: gemeenten richten wegen anders in, bijvoorbeeld door de maximumsnelheid te verlagen naar 30 kilometer per uur of door een weg af te sluiten. Dat is vaak goed voor de verkeersveiligheid, maar zorgt er ook voor dat bussen omrijden, vaker vast komen te staan of stoppen op grotere afstand van woonwijken. Daardoor komen mensen die afhankelijk zijn van de bus, bijvoorbeeld voor werk of school, in de knel.
Het CDA vroeg de provincie hier duidelijkheid over te geven. Fractievoorzitter en woordvoerder mobiliteit Michel Rogier is blij dat de provincie nu actie onderneemt: “Een veilige weg is belangrijk, maar een bus die niet meer op tijd komt of helemaal niet meer kan rijden, raakt mensen die geen andere manier hebben om ergens te komen. Met deze brief zorgt de provincie ervoor dat gemeenten straks vooraf nadenken over het effect op de bus, zodat reizigers niet achteraf de dupe zijn.”
De provincie heeft gemeenten in een brief gevraagd om bij het ontwerpen van wegen zowel de verkeersveiligheid als het openbaar vervoer mee te wegen. Zo blijft de bus bereikbaar voor inwoners, ook als een weg wordt aangepast. De provincie blijft hierover in gesprek met gemeenten en houdt de vinger aan de pols bij de evaluatie van het vervoer in de regio, die dit najaar plaatsvindt.



