Wat begon met optredens tijdens open-mics en treinreizen naar comedyclubs door heel Nederland, begint voor de Bodegraafse Joost Koppenaal steeds serieuzere vormen aan te nemen. Inmiddels staat hij drie tot vier keer per week op het podium en droomt hij van een eigen avondvullende voorstelling. Toch blijft optreden in zijn eigen dorp bijzonder. Op vrijdag 6 november keert Koppenaal terug naar De Zon in Bodegraven voor een nieuwe cabaretavond.
Toen Koppenaal vorig jaar begon met optreden, was hij vooral te vinden in steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Arnhem. Stand-up comedy bleek daar enorm populair en onderweg begon bij hem een idee te ontstaan. Waarom zou zoiets eigenlijk niet in Bodegraven kunnen? Hoewel hij zelf nog maar net begonnen was als comedian, besloot hij de stap te zetten. Hij benaderde De Zon, regelde andere comedians en begon met de promotie van zijn eerste eigen comedyavond in Bodegraven.

Die eerste editie werd een groot succes en raakte volledig uitverkocht. Voor Koppenaal was vooral het publiek bijzonder. Mensen die hij kende van de basisschool, de voetbalclub en zelfs de kerk kwamen naar De Zon om hem en de andere comedians te zien optreden. De enthousiaste reacties uit het dorp smaakten direct naar meer. Na afloop wist hij dan ook al dat hij het nog een keer wilde organiseren.
„Cabaret brengen naar mijn thuisdorp is voor mij al een droom die uitkomt. Hopelijk heeft Bodegraven er zin in, ik in ieder geval wel!”
Op vrijdag 6 november is het zover. De Zon wordt opnieuw voor één avond omgetoverd tot een theater, al kiest Koppenaal ditmaal voor een iets andere opzet. Waar vorig jaar stand-up comedy centraal stond, wordt het nu een echte cabaretavond. Dat betekent dat er naast humor en verhalen ook ruimte is voor zang en sketches.

In de tussentijd heeft Koppenaal bepaald niet stilgezeten. Hij is inmiddels ongeveer anderhalf jaar actief in het cabaret en treedt gemiddeld drie tot vier keer per week op. Meestal gebeurt dat in comedyclubs, maar soms staat hij ook in een kroeg, op een poppodium of in het theater. Dat laatste heeft zijn voorkeur. Het vele reizen door Nederland vindt hij daarbij helemaal niet vervelend. Integendeel. „Ik vind het best romantisch. Ik reis met de trein naar mooie steden om mensen te laten lachen en nieuwe mensen te ontmoeten. Elke avond is uniek en ik ben omringd met artiesten die mij veel kunnen leren.”
Natuurlijk zijn er ook momenten waarop het zwaar is. Soms komt hij pas rond 01.00 uur thuis, terwijl hij de volgende ochtend om 09.00 uur alweer op school moet zijn. Toch probeert hij bij ieder optreden alles te geven. Of hij nu in een kleine kroeg staat of in de Stadsschouwburg in Leiden, voor Koppenaal maakt dat geen verschil.
Langzaam ontwikkelt hij ook steeds meer zijn eigen stijl. Comedyclub Haug in Rotterdam omschreef zijn humor als ‘absurd, persoonlijk en aandoenlijk’, een omschrijving waarin hij zichzelf goed kan vinden. Koppenaal houdt van humor waarin ook een beetje pijn zit. In plaats van alleen korte grappen te vertellen, probeert hij vooral een verhaal neer te zetten waarin grappige elementen zijn verwerkt.

Daarbij durft hij zich kwetsbaar op te stellen. Zo vertelt hij op het podium over zijn onzekerheden, familie en zijn jeugd. Koppenaal groeide op in verschillende pleeggezinnen en merkte tijdens zijn eerste optredens dat mensen geboeid luisterden wanneer hij daarover vertelde. Het publiek leefde mee en was soms verbaasd over zijn persoonlijke verhaal. Ook programmeurs merkten dat op. Hij werd steeds vaker gevraagd om naast open-mics ook professionele shows te spelen en werd inmiddels zelfs als headliner geprogrammeerd.
Voor Koppenaal is juist die combinatie van een persoonlijk verhaal en humor belangrijk. Volgens hem komen mensen niet alleen naar cabaret om te lachen, maar ook om iets anders mee naar huis te nemen. Tegelijkertijd blijft het zoeken naar de juiste grap een voortdurend proces. Pas wanneer hij nieuw materiaal voor publiek speelt, ontdekt hij of iets daadwerkelijk werkt. Als een grap niet landt, vraagt hij andere comedians om feedback. Soms moet een zin net anders worden uitgesproken, moet het tempo omhoog of werkt een bepaalde beweging beter. „Een grap schrijven voelt als een klein puzzeltje oplossen en dat maakt het ook weer uitdagend.”
Inspiratie haalt de Bodegraver uit verschillende grote namen in het cabaret. Kasper van der Laan, Toon Hermans en Daniël Arends behoren tot zijn voorbeelden, maar Jochem Myjer en Eric van Sauers springen er voor hem uit. Vooral de manier waarop zij een verhaal kunnen vertellen en een publiek daarin meenemen, spreekt hem aan. Koppenaal vindt dat cabaret iets theatraals en bijna magisch moet hebben. Daarbij heeft hij geleerd dat de opbouw naar een grap minstens zo belangrijk kan zijn als de grap zelf.
De ambities zijn ondertussen groot. Uiteindelijk wil Koppenaal een volledige avondvoorstelling maken met liedjes en een duidelijke rode draad. Hij hoopt met een regisseur en dramaturg te kunnen werken en uiteindelijk met een eigen voorstelling door Nederland te touren. Hij beseft tegelijkertijd dat hij nog veel moet leren. Voorlopig blijft hij optreden, schrijven, experimenteren en ervaring opdoen.
Ook een optreden in Carré staat ergens op zijn dromenlijstje, maar uiteindelijk draait het voor hem niet om de grootte van de zaal. Zijn grootste droom is om later zijn brood te kunnen verdienen met cabaret. „Ik word gelukkig van het maken van cabaret, de plek is dan bijzaak.”
Voorlopig moet Koppenaal ook nog afstuderen. Dat doet hij toepasselijk genoeg met een echte cabaretvoorstelling. Eerst richt hij zijn pijlen echter volledig op vrijdag 6 november, wanneer hij opnieuw voor eigen publiek in Bodegraven staat.
„Cabaret brengen naar mijn thuisdorp is voor mij al een droom die uitkomt. Hopelijk heeft Bodegraven er zin in, ik in ieder geval wel!”
Kaarten voor de cabaretavond van Joost Koppenaal op vrijdag 6 november in De Zon zijn verkrijgbaar via de kaartverkoop.





