Het is extreem droog en de gevolgen zijn merkbaar in ons watersysteem. Daarom voert het waterschap extra zoetwater aan naar West-Nederland, via de Oude Rijn, Leidse Rijn, Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en Lopikerwaardroute.
Sinds donderdag 16 juli voert Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 15m³/seconde water aan via de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA). Dit water wordt onder anderen aangevoerd van het Amsterdam-Rijnkanaal via gemaal De Aanvoerder in de Meern richting sluis Bodegraven, en vanaf de Lek via het Noordergemaal in Utrecht richting Sluis Bodegraven en de Waaiersluis in Gouda. Op de onderstaande kaart is te zien hoe de aanvoerroutes van de KWA lopen.
Verhoogde stroomsnelheid
Door de aanvoer van extra zoetwater neemt de stroomsnelheid op de Oude Rijn, Leidse Rijn, de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel en de Lopikerwaardroute aanzienlijk toe. Zwemmen in deze stroming kan gevaarlijk zijn. Bovendien zijn dit geen officiële zwemlocaties.
Beperkte schuttijden Sluis Bodegraven
Sluis Bodegraven hanteert beperkte schuttijden in de richting van Alphen aan den Rijn en Woerden. Dit is nodig om de wateraanvoer richting West Nederland zo goed mogelijk in stand te houden. Deze informatie staat op vaarweginformatie.nl.(externe link) Ter plaatse wordt hierover geïnformeerd.
Waarom is extra zoetwater nodig?
Extra zoetwater is nodig om verzilting in West-Nederland tegen te gaan. Door de lage rivierstanden is er minder tegendruk en kan zeewater verder het land binnendringen. Hierdoor neemt het zoutgehalte van het water toe. Dat is schadelijk voor onder andere natuur, landbouw en de beschikbaarheid van zoetwater.
Meer weten?
Check ook de website van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden



