De oorkonde die Stichting Hugo Kotestein jaarlijks uitreikt wegens “uitzonderlijke inzet voor behoud, herstel en versterking” van cultuurhistorisch erfgoed in de regio, gaat vrijdag 30 oktober 2026 naar de Historische Kring Bodegraven. Deze is er de afgelopen jaren in geslaagd de verwilderde begraafplaats ten noorden van de Dorpskerk met hulp van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk te veranderen in een monumentale omgeving waarin cultureel erfgoed de aandacht trekt.
De naam ‘Sint Gallushof’ verwijst naar de vermoedelijke stichter van de kerk, ‘Gallus Confessor’ (Gallus de Belijder, 550-635), een Ierse monnik die net als zijn ambtgenoten Willibrord en Bonifatius rond 700 het Evangelie predikte in het Rijnland en elders. Na de Reformatie (protestantse kerkhervorming) rond 1570 raakte de aanduiding ‘Sint Galluskerk’ vergeten.
Informatiebordjes
De Historische Kring heeft de historische begraafplaats Sint Gallushof recentelijk ingrijpend opgeknapt en informatiebordjes geplaatst die bezoekers de verhalen achter de graven vertellen. Deze waren tot voor kort nauwelijks zichtbaar en de begraafplaats verkeerde in een deplorabele toestand.
Men heeft het verwaarloosde terrein een waardig aanzien gegeven. Met behulp van QR-codes op de bordjes kunnen geïnteresseerden eenvoudig toegang krijgen tot de levensgeschiedenissen van de personen die hier begraven liggen en zich zo een beeld vormen van de Bodegraafse gemeenschap en regio uit vervlogen tijden.
De rehabilitatie van de voormalige begraafplaats werd mogelijk gemaakt door particuliere sponsoren en de burgerlijke gemeente.
Gerrit Beijen
De meest opvallende grafsteen is die van Gerrit Beijen (1862-1884). Deze excentrieke ‘vrijdenker’ liet op zijn grafsteen het volgende gedicht beitelen: “De groote vraag bleef hem steeds deze Hoe zal ’t mij na het sterven wezenWat is gedacht, gezegd, geschreven Hem is ’t een raadsel steeds gebleven.”
30 Grafstenen
Behalve ‘bouwman’ (= boer) Beijen liggen verspreid over de vroegere begraafplaats nog circa 30 andere Bodegravers onder eenzelfde aantal grafstenen, onder wie arts, wethouder en loco-burgemeester dr. Willem
Hendrik Kapteijn (1821-1904), zijn echtgenote en op enkele meters afstand in een eigen graf hun zoon Ubo. Verder de hervormde dominees Jacob Verhoeff (1823-1909) en Willem Hellemans (1871-1909). De begraafplaats kwam halverwege de 19e eeuw in gebruik nadat de dodenakker ten zuiden van de kerk vol was geraakt en begraven in de kerk was verboden om hygiënische redenen.





