trainer

Pieter van Zoest en ESTO 1 succesvol

Tijdens de winterstop bestaat v.v. ESTO op 7 januari 2016 precies 80 jaar. Na de eerste helft van dit seizoen een mooi moment om even terug te kijken naar ons vlaggenschip ESTO 1 en haar trainer Pieter van Zoest. Uit het verleden komen vele kampioenschappen bij ESTO naar voren. Bij een aantal speelde Pieter in het veld een rol en de laatste jaren is hij ook succesvol als trainer in de club. Hij is een geboren en getogen Bodegraver met voetbalroots bij ESTO, net als heel veel van zijn familieleden. Het leek me daarom leuk om er wat over te schrijven. Dus heb ik Pieter een aantal vragen voorgelegd over zijn voetbalachtergrond, de eerste helft van dit seizoen met ESTO 1, zijn kijk op de tweede helft en de komende jare




Wie is Pieter van Zoest.

Een geboren en getogen in Bodegraven.

Zijn geboortehuis staat aan de Emmakade 1b.

Volgend jaar wordt hij 50.

Getrouwd met Esther van Zoest-Weerdenburg

Zij hebben twee zonen: Pim en Thijs.

Hij werkt bij ACICS en is daar Key Account manager.

 

Wanneer ben je gaan voetballen?

“Op mijn achtste jaar werd ik lid van ESTO. Dat is nu bijna 42 jaar geleden, voor je achtste kon je toen nog geen lid worden. Trainen deden we nog op de locatie waar de club is opgericht, achter de St. Willibrorderskerk waar nu het parkeerterrein van de AH en ALDI ligt. In de jeugd werd ik direct ingedeeld bij de selectieteams en mocht in de E pupillen en C junioren met ons team kampioenschappen vieren. Als 17 jarige maakte ik in 1983 mijn debuut in ESTO 1 onder trainer Vincent Govers. Mijn eerste seizoen in het eerste van ESTO 1 was geweldig, we werden kampioen na de beslissingswedstrijd in Reeuwijk tegen Waddinxveen. Het jaar daarop misten we helaas net de titel.”

 

Hoe was je voetballeven buiten ESTO?

“Samen met neef Koos heb ik de overstap naar het eerste van Alphense Boys gemaakt. Twee klassen hoger dan ESTO op dat moment en voor ons een uitdaging om verder te komen. Dat we de club verlieten was toen een schok voor ESTO. Nu is er meer begrip voor een opstap naar een hoger niveau, zij het dat er nog wel scepsis is als dat richting Alphen gaat. In het eerste jaar bij de Boys werden we kampioen en promoveerden we naar de 1e klas. Het derde seizoen in de 1e klasse werden we kampioen en stapten we de hoofdklasse binnen. Dat was toen het hoogste niveau amateurvoetbal in Nederland. Na vier jaar hoofdklasse ben ik weer even op het oude nest beland, in het vriendenteam van ESTO 4. Halverwege dat seizoen mochten we samen met Peter van Beek en Jos van Eijk het eerste een handje helpen om zich veilig te spelen in de competitie. Toch trok het hogere voetbalniveau weer aan me en het inmiddels gedegradeerd eerste van Alphense Boys haalde ons terug voor een jaartje. Ik heb daar alles bij elkaar een prachtige tijd meegemaakt met veel hoogtepunten zoals het spelen tegen AJAX, Feyenoord en tegen de top van de amateur.”

 

Wat was jouw voetbalspecialiteit?

“Daar kan ik kort in zijn. Altijd in de aanval gespeeld en de ‘scharen’, linksom en rechtsom, waren mijn wapens om de tegenstander te passeren. Vanwege mijn lengte en kopkracht wist ik ook vaak vaak met een kopbal het net te vinden.”

 

Waarom ben je trainer geworden?

“Terug bij ESTO ben ik in het tweede gaan spelen en werden we kampioen. Het jaar daarop wilde ik terug naar het 1e, maar helaas scheurde ik mijn kruisbanden bij een bekerwedstrijd. Einde voetbal carrière! Na de revalidatie werd ik door aangetrouwde oom Frank Weerdenburg gevraagd te helpen bij v.v. Bodegraven om de A en B jeugd te trainen. Frank is profvoetballer geweest en ik mocht verwachten dat hij me veel zou leren. Zo ben ik in het trainersvak gerold en mijn trainersdiploma’s gaan halen. Na een enkel jaartje bij de VVB werd ik hoofdtrainer bij Altior, daarna bij DoCos, Be Fair, Koudekerk, Zevenhoven en nu al weer in mijn 3e seizoen bij ESTO.”

 

Hoe zie je de overgang van jeugd naar selectie?

“Als hoofdtrainer moet je altijd oog moet hebben voor de jeugd, alle leeftijden! Bij veel verenigingen ligt het gevoelig wanneer er een goede jeugdspeler in aanmerking komt voor het eerste. De trainer van de A1 houdt hem natuurlijk ook graag in zijn selectie en verliest niet graag een dragende speler. Bij ESTO proberen we na de winterstop jeugdspelers mee te laten trainen zodat ze kunnen wennen aan selectievoetbal. Maar zeker ook om in beeld te krijgen op welk niveau deze spelers zich bevinden. ESTO mag zich gelukkig prijzen met A1 trainer Tenno van ’t Hoog. Als geen ander weet hij als oud selectievoetballer hier over mee te denken en aan mee te werken.

Deze rol zou bij ESTO nog vele malen groter kunnen zijn om bijvoorbeeld ook het niveau van alle jeugdtrainers omhoog te trekken. Daarbij realiseer ik me wel dat dit kosten en opleidingen betekent. Vanuit de A-jeugd is Tim van de Lagemaat inmiddels uitgegroeid tot een jongen met potentie om een stabiele eerste elftal speler te worden. Maar hij is niet de enige kanshebber voor de toekomst. Het komend jaar rammelen nog een aantal jongens aan de deur van de selectie, hoe meer hoe beter is mijn mening en ze zijn welkom.”

 

Jouw mening over de eerste helft dit seizoen?

“We hebben een eerste seizoenshelft achter de rug waarin we wisselvallig gevoetbald hebben. De voorbereiding was niet zo best als gevolg van vele afwezigen bij de start van het seizoen. Dit zie je terug in het puntverlies van de eerste vijf wedstrijden. De nu lager geklasseerden waren toen onze tegenstanders en daar is onvoldoende resultaat uit gehaald. Toch mag ik niet ontevreden zijn omdat dit gecompenseerd is met strijdvaardigheid tegen de ploegen die in het linker rijtje staan. Zonder afbreuk te doen aan het team als geheel en alle spelers, wil ik toch enkele namen noemen. Met Bas Bakker in de gelederen kan ieder trainer zich gelukkig prijzen. Een zeer geroutineerde speler, met inzicht, coaching op het veld en iemand die niet snel in paniek raakt als het even niet wil lukken. Met de terugkomst van Melvin Gouka -een echte winnaar- en de altijd onvoorspelbare Marcel van Roon met zijn aanvallende kwaliteiten naast Wouter-Jan Bos, zouden we voetballend er op vooruit moeten zijn gegaan. Dat zie ik helaas nog niet altijd terug in het spelbeeld, maar wie weet wat er na de winterstop gebeurd?”

 

Wat mogen we verwachten in de tweede seizoenshelft?

“Als we naar de tweede seizoenshelft kijken dan worden de eerste vier wedstrijden de graadmeter waar we gaan eindigen dit jaar. Een korte winterstop vraagt van de spelers vooral fit te blijven en langzaam de gretigheid weer opbouwen in januari. Vorig jaar zagen we dat het binnenhalen van 2e periode een boost aan het team gaf. We waren toen zelfs met nog vijf wedstrijden te gaan in de race voor de titel! Ik heb goede hoop dat dit weer lukt en dan zie je bij de selectie, maar ook bij de vereniging, dat het weer het begint te leven. Het gevoel en het vertrouwen dat we niet zomaar een 3e klasser zijn maar tot meer in staat. Toch zal het in deze competitie niet eenvoudig worden want er zijn duidelijk meer teams met een hoger niveau dan vorig jaar. We hebben inmiddels gemerkt dat iedereen van iedereen kan winnen. De kampioen…. en ook de groep ondersten zijn nog lang niet bekend.”

 

Hoe zie jij de toekomst voor het eerste?

“Bij ESTO mag in de komende jaren de samenwerking en opleiding binnen de selectie en met de jeugd best nog beter verzorgd worden. Dan kunnen selectie teams op een steeds hoger niveau spelen. Het wordt zo ook mogelijk om de beste voetballers op het hoogste niveau te laten acteren, zo maak je een sterk eerste. Selectievoetbal en trainers moeten de lat dus hoger leggen en er zal een vaste structuur in de trainingen moeten komen die over alle lagen in het jeugdvoetbal en selectievoetbal bruikbaar is. Met de huidige jeugdtrainers is de club op de juiste weg maar is er nog veel meer mogelijk, zoals ik al eerder aangaf. Daarbij is de accommodatie ook van groot belang. Uit mijn tijd in Alphen weet ik dat daar alles tip top in orde is. Duidelijk heeft deze gemeente er voor gekozen om sport het visitekaartje van haar gemeente te laten zijn en op een hoog niveau wil houden. Bij ESTO is daarvoor een derde veld van kunstgras eigenlijk een ‘must’ om die stap te gaan maken. Tevens zal de club dan een betere selectie cultuur moeten creëren met grote prestatiedrang. Ik denk dat ESTO daar klaar voor is en spreek de wens uit dat de gemeente Bodegraven-Reeuwijk bereid is daar in te investeren. Afsluitend wens ik onze vereniging een hartstikke goed, sportief en succesvol 2016 toe.”

Bron: Esto
Door: Han Koevoets





















There are no comments

Add yours

X