ReBo-er van de Week: Jostibandleidster Lyan Verburg

De ReBo-er van deze week is: Lyan Verburg! Als 14-jarig meisje maakte ze kennis met de Jostiband. Toen ze binnenstapte, werd ze geraakt. En niet een klein beetje: inmiddels is ze 40 jaar lang werkzaam bij het alom bekende orkest voor personen met een beperking. De geboren en getogen Bodegraafse vertelt over haar ervaringen als orkestleidster en manager – wat ze sinds 2007 is, en over de speciale band met haar broer als bandlid. Het interview vindt net voor de wekelijkse bandrepetitie te Zwammerdam plaats, waar de instrumenten al zijn klaargezet: keyboards, pauken, drums en xylofoons vullen de ruimte. Daaromheen staan tafels met zilveren koffertjes, met daarin instrumenten voor geïnteresseerde toeschouwers die ook willen deelnemen.

Naam: Lyan Verburg

Leeftijd: 59

Woonsituatie: “Ik woon in Bodegraven, recht tegenover restaurant Het Zwaantje. Daar heb je een landbouwmechanisatiebedrijf staan, dat is van mijn man. Daarachter staat ons woonhuis, aan De Oude Rijn. We kijken zo de polder in met Pietje Potlood in de verte, en zien de schapen en koeien lopen. Dat is voor mij toch wel het mooiste plekje.”

Favoriete drankje: “Een lekker glas rode wijn, maar soms ook een Mojito of een Crodino, of iets zonder alcohol. Ik houd van feestjes, gezellig samen zijn of borrelen.”

“Ik werd geraakt door wat hier plaatsvond”

1. Waar kennen mensen jou van?

“Ik denk met name van de Jostiband. Ik ben ook nog wel eens Kaaskoningin geweest in 1986, maar dat is heel lang geleden.”

Hoe ze werd geïntroduceerd aan de Jostiband? “Ik ben hier terechtgekomen via mijn oudste broer Jan-Henk, die is hier ook lid.” Hij heeft een vorm van zwaar autisme. “We keken met het gezin naar de televisieuitzending ‘Muziek uit het hart’, volgens mij uit 1977. Toen zei ik tegen mijn ouders: is dat niet iets voor Jan-Henk?” Zo geschiedde. “Ik ben hem gaan brengen, en ik werd geraakt door wat hier plaatsvond. Toen ben ik blijven plakken.” Ze ging aan de slag als vrijwilliger en kreeg op haar 19e een contract bij de Jostiband. “Toen heb ik besloten de studie Orthopedagogiek ernaast te gaan doen [aan de Universiteit Leiden]. Het is nuttig dat ik wat van die orthopedagogische stof weet, bijvoorbeeld hoe ik mensen moet benaderen. Ik ken de vaktaal. Dat is een waardevolle toevoeging.”

2. Hoe ziet een dag er voor jou uit?

Het werk voor de 117 leden-tellende Jostiband “is voor mij een fulltime baan. Het werken met de orkestleden en het voorbereiden vind ik erg leuk. Sommige weken werk je wat meer, bijvoorbeeld als we een concert hebben. Ik ben orkestleider, maar ook manager van het geheel. Ik doe de administratie, website, bestellingen, het financiële gedeelte, roosters maken voor collega’s; noem maar op.” Elke woensdagavond wordt geoefend.

3. Waar ben je het meest trots op?

“Ik denk dat ik het meest trots ben dat wij laten zien dat deze mensen veel meer kunnen dan men denkt, en dat ze ook gewoon een onderdeel van de maatschappij zijn. Natuurlijk nooit het niveau van een Concertgebouworkest, maar wél met ontzettend veel passie en plezier. Daar raken mensen door geroerd. Als je dan toch in staat bent om samen een muziekstuk in te studeren en uit te voeren met een orkest van Andre Rieu of het Noord Nederlands orkest – wat we wel eens gedaan hebben, dan ben ik trots. Wij zijn denk ik het oudste en grootste orkest voor mensen met een beperking, en ook redelijk uniek in de wereld.”

Ze daagt haar mensen ook uit. “Kijk naar wat er wél kan, en probeer de lat maar hoog te leggen. We gingen een nummer van Armin van Buuren instuderen, waarbij mensen zoiets hadden van: ‘hoe ga je dat doen?’ Armin heeft het gezien, en vond het fantastisch dat een band als de Jostiband zijn nummers speelt.”

Toch zijn er soms ook vervelende reacties. “Op Internet worden veel grappen gemaakt – zoals door Hans Teeuwen – maar dan zeggen wij weer: Hans Teeuwen heeft nog nooit in een uitverkocht Ziggo Dome gestaan”, iets wat de Jostiband wel deed in 2016. “Wij maken er een grap van. Als je het met humor benadert, houd je het het langst vol.” Een kritisch vakblad werd door Lyan uitgenodigd: “Kom kijken. Dat hebben ze gedaan.” Het veranderde hun perspectief. “Ze zagen wat de orkestleden konden, en benoemden de positieve vibe.”

4. Welk (vrijwillig) project of vrijwilligerswerk zou je nog willen doen?

“Als ik tijd zou krijgen zou ik toch wel iets blijven doen voor mensen met een beperking, of met ouderen. Iets met muziek lijkt me dan mooi.”

Tijdens het interview komen de eerste muzikanten binnengelopen. Lyan begroet ze met haar hand omhoog en een knipoog. “Jullie mogen spelen hoor!” De eerste tonen van ‘The Sound of Silence’ worden ingezet.

5. Wat kijk je graag, lees je graag, of doe je graag in je vrije tijd?

“Haha, ik heb voor die eerste twee niet zo veel tijd”, maar als ze die heeft, prefereert ze een detective-thema. “We hebben expres geen Netflix abonnement, want als we dan een serie kijken kom je helemaal niet aan andere dingen toe. We hebben een grote tuin die ik onderhoud, dat doe ik graag. Met je handen in de aarde.” Suppen op het water is tegenwoordig ook een favoriet, net als schaatsen op de Oude Rijn.

6. Wat is een belangrijke levensles voor jou geweest?

“Blijf nou maar jezelf, dan doe je al gek genoeg. In het leven gaat het om de puurheid, wie je echt bent. Ik kom van een boerderij, daar werd hard gewerkt. Ook het opgroeien met een gehandicapte broer laat zien dat de wereld niet perfect is, en het niet draait om veel geld of spullen. Zonder Jan-Henk zat ik hier ook niet.” Ze kijkt om zich heen. De zaal vult zich verder met bandleden.

Lyan met haar broer Jan-Henk

7. Wat zou je willen veranderen als je de burgemeester was?

“Probeer het dorpse karakter van het dorp te behouden. Dat je probeert de verbinding te zoeken in het dorp. Meer activiteiten organiseren waarbij zoveel mogelijk mensen betrokken zijn.”

“Test, test, test”, klinkt het door de zaal. Lyan staat op en maakt enthousiast een praatje met verschillende bandleden, al dan niet met haar arm om hen heengeslagen. Dan begint het spelen, er moet immers geoefend worden voor een concert in de Dorpskerk te Zwammerdam: ‘Heer uw licht en uw liefde schijnen’, ‘This is what it feels like’ van Armin van Buuren, en ‘You raise me up’ worden gespeeld. Lyan loopt door de ruimte, tussen de liedjes door deelt ze anekdotes over de tondeuse in het haar van haar man, of een bandlid dat per abuis door rood is gereden. Grappen worden over en weer gedeeld. De drummer zet plots het lied ‘Heb je even voor mij’ in, en langzaam maar zeker speelt iedereen mee. “Oh nee!” aldus Lyan, lachend, hoofdschuddend, met een hand voor haar gezicht die haar lach vergeefs bedekt.

Door: Anne van Schothorst

Advertentie