Bodegraven, toen en nu: De grote brand van 1870

Eén van de grootste catastrofale gebeurtenissen in Bodegraven is de grote brand van 1870. Na de verwoesting in 1672 (rampjaar) door de Fransen, had Bodegraven hierna zich weer goed hersteld. In 1858 had Bodegraven 2600 inwoners, waarvan er 100 in de kom van het dorp woonden. Ze leefden van landbouw, het maken van kaas en boter en er stonden enkele kleine fabrieken. Gelukkig zijn er net voor de brand een aantal foto, s gemaakt van het centrum van Bodegraven door de Bodegraver Jan van Rossum. Hierdoor hebben we een goede vergelijking hoe Bodegraven er voor en na de brand eruit zag.




Bodegraven kende in 1870 veel bakkerijen, één daarvan was die van bakker Mol op de overtocht (op de locatie waar nu de bakkerij van Bussink staat). Op dinsdag 31 mei 1870 brak daar middags rond 4 uur de brand uit. Vermoedelijk door het drogen van houtspaanders bij de oven, die daarbij vlamvatten. Vlak bij de bakkerij stond een hooiberg, de vlammen sloegen daar snel naar over. Bovendien stond er ook nog een harde wind.

Bodegraven bezat enkel brandspuiten (pompen) die nog met de hand bediend moesten worden. De kerkklokken werden geluid, dat was het teken voor de mannen van Bodegraven dat ze moesten helpen bij de brandbestrijding (dit was een vooraf gemaakte afspraak).

Door de sterke wind breidde de brand zich razendsnel uit over de Oude Rijn, bereikte de Kerkstraat en vanuit de Overtocht ook de Brugstraat, Rijnkade, Noordstraat en een deel van de Wilhelminastraat. Snel kwam er van alle kanten hulp van de brandweer uit Zwammerdam, Alphen, Nieuwerbrug en Woerden.

Maar ondanks al deze hulp was de brand niet onder controle te krijgen. Volgens een ooggetuige was het “een vreselijk gezicht, het was een draven, schreeuwen, gillen van kinderen, moeders waren radeloos en mensen liepen te huilen”. De dorpsbrug stond midden in de vuurzee. Hoewel de brug van hout was is hij toch gespaard gebleven.

Pas in de nacht van 1 juni rond 4 uur in de morgen was de brand onder controle. Bij het daglicht kon men de ravage zien. Een groot deel van het centrum was verwoest. Toen de schade werd opgemaakt waren er ruim 100 huizen verwoest, 130 gezinnen dakloos en waren er 2 doden gevallen.

Uit de gehele omgeving kwam hulp in eerste instantie tenten voor de vele daklozen. Met Pinksteren kwamen duizenden (ramp) toeristen kijken na de grote puinhopen In het gehele land werden inzamelingen gehouden. Studenten in Leiden haalden 4000 gulden op, die ze in een ijzeren kist kwamen brengen. Spontane acties van burgers, kerken iedereen zette zich in. Vele kranten gaven verslagen uit van deze grote brand. Door alle hulp en de enorme inzet van alle Bodegravers werd het Dorp en met name het centrum hiervan weer heel snel opgebouwd.

Bodegraven herrees als een Phoenix weer uit zijn as.

Door John de Vries (Stichting Historische Kring Bodegraven) Foto’s: Stichting Historische k\Kring Bodegraven















X